Overslaan naar hoofdinhoud
Brussels Hoofdstedelijk Gewest - Homepage

Steun van de gebruikers voor de doelstellingen van het gewestelijk mobiliteitsplan

De bevraagde populatie liet weten hoezeer ze het eens is met een aantal uitspraken over mobiliteit. De uitspraken werden enkel voorgelegd aan de bevraagden voor wie ze relevant waren.


Samenvatting van de steun voor de doelstellingen van het gewestelijk mobiliteitsplan

Dit overzicht toont de som van de antwoorden "zeer akkoord" en "enigszins akkoord" van de Brusselse respondenten die gevraagd werden naar hun tevredenheid over de mobiliteit in hun woonwijk en de onmiddellijke omgeving.


  • 79%

    Ik geef de voorkeur aan lokale winkels en diensten, zodat ik ze te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer kan bereiken. Het percentage van instemming is stabiel ten opzichte van 2021.

    Aantal antwoorden: 4645 waarvan 207 niet betrokken (4%)

  • 67%

    Ik zou bereid zijn een pakket te laten bezorgen bij een afhaalpunt gelegen op mijn dagelijkse route, in plaats van het thuis te laten bezorgen, om het aantal vrachtwagens en bestelwagens in de stad te verminderen. Het percentage van instemming is hetzelfde als in 2021.

    Aantal antwoorden: 2767 waarvan 124 niet betrokken (5%)

  • 61%

    Ik zou meer gebruik maken van het openbaar vervoer tijdens de daluren als de frequentie van de diensten hoger zou zijn. Het percentage van instemming ligt dicht bij dat van 2021 (63% => 61%).

    Aantal antwoorden: 1797 waarvan 230 niet betrokken (13%)

  • 54%

    Ik zou meer fietsen als er meer wegen met fietsvoorzieningen waren waar het verkeer te druk of te snel is. Het percentage van instemming is lager dan in 2021 (60% => 54%). Dit kan samenvallen met een toename van het gebruik onder de bevolking. Naarmate de tijd verstrijkt, wordt het steeds moeilijker om nieuwe gebruikers aan te trekken, aangezien wie al kon fietsen, dat al doet.

    Aantal antwoorden: 1874 waarvan 322 niet betrokken (17%)

  • 54%

    Ik zou meer fietsen als er meer beveiligde parkeerplaatsen waren in de buurt van mijn bestemming. Het percentage van instemming is lager dan in 2021 (60% => 54%). Dit kan samenvallen met een toename van het gebruik onder de bevolking. Naarmate de tijd verstrijkt, wordt het steeds moeilijker om nieuwe gebruikers aan te trekken, aangezien wie al kon fietsen, dat al doet.

    Aantal antwoorden: 1874 waarvan 403 niet betrokken (22%)

  • 40%

    Ik ben bereid meer te betalen voor mijn reis en/of parkeerplaats als mijn reistijd korter wordt en ik gemakkelijker een parkeerplaats kan vinden op mijn bestemming.

    Aantal antwoorden: 1581 waarvan 120 niet betrokken (8%)

  • 30%

    Voor 30% van alle respondenten van de Mobiliteitsbarometer blijkt de smartphone een belemmering te vormen voor het gebruik van deelvoertuigen in vrije vloot.

     Aantal antwoorden: 4.645 waarvan 1311 niet betrokken (28%)

  • 28%

    In de komende twee of drie jaar zal ik een voertuig met verbrandingsmotor vervangen door een 100% elektrisch voertuig. Het percentage van instemming is iets lager dan in 2021. Aangezien het aantal gebruikers dat is overgestapt op elektrische auto’s elk jaar toeneemt, zou het wel eens steeds moeilijker kunnen worden om de resterende personen te overtuigen. De redenen kunnen uiteenlopend zijn: hoge aankoopprijs, gebrek aan privéparkeergelegenheid om een oplaadpunt te installeren, enz.

    Aantal antwoorden: 1581 waarvan 165 niet betrokken (10%)

  • 19%

    In de komende twee of drie jaar zal ik mijn auto vervangen door een of meer abonnementen op mobiliteitsdiensten (autodelen, openbaar vervoer, fietsendelen, enz.). Het percentage van instemming is gestegen ten opzichte van 2021 (19% tegenover 16% in 2021). Dit is een teken dat mobiliteitsdiensten een geloofwaardige oplossing worden voor een steeds groter deel van de bevolking.

    Aantal antwoorden1581 waarvan 149 niet betrokken (9%)

De volgende 5 stellingen werden al voorgelegd in het kader van een enquête over autobezit aan Brusselaars die een rijbewijs hebben en deel uitmaken van een huishouden dat over een auto beschikt. Over het algemeen zijn de Brusselse respondenten van de Mobiliteitsbarometer het meer eens met deze stellingen dan de personen die werden bevraagd in het kader van de enquête naar autobezit.


  • 75%

    Luchtvervuiling heeft een grote invloed op onze gezondheid.

    Aantal antwoorden: 3.437.

  • 67%

    Autoverkeer vervuilt de lucht in onze buurten. 

    Aantal antwoorden : 3.437

  • 58%

    De regering moet meer bus- en tramlijnen aanleggen, ook al leidt dit tot minder parkeerplaatsen). 

    Aantal antwoorden : 3.437.

  • 56%

    Het transitverkeer moet in de woonwijken worden beperkt om ze aangenamer en veiliger te maken, ook als leidt dit er soms toe dat autobestuurders een omweg moeten maken.

    Aantal antwoorden : 3.437.

  • 54%

    De regering moet meer fietspaden aanleggen, ook al leidt dit tot minder parkeerplaatsen.

    Aantal antwoorden : 3.437.

Indeling van de respondenten van de Mobiliteitsbarometer volgens hun sociodemografische kenmerken en hun mate van instemming met de volgende drie stellingen: 

  • De regering moet meer fietspaden aanleggen, ook al leidt dit soms tot de afschaffing van parkeerplaatsen;
  • De regering moet meer bus- en tramlijnen aanleggen, ook al leidt dit soms tot de afschaffing van parkeerplaatsen,
  • Het transitverkeer moet in de woonwijken worden beperkt om ze aangenamer en veiliger te maken, ook als leidt dit er soms toe dat autobestuurders een omweg moeten maken

Gezien de verzamelmethode die voor de Barometer werd gebruikt en ondanks het feit dat de resultaten werden gewogen op basis van sociodemografische gegevens, kan niet worden gegarandeerd dat de resultaten van de enquête kunnen worden geëxtrapoleerd naar alle gebruikers van het Brusselse vervoersaanbod. Niettemin brengt deze indeling van de respondenten in min of meer homogene categorieën de heterogeniteit aan het licht van de mate waarin de respondenten instemmen met de drie stellingen en het gewicht dat elk van deze groepen vertegenwoordigt.

Op basis van deze methode zijn de volgende groepen gevormd: 

  • Groep 1 (36% van de respondenten): gaat akkoord met de drie stellingen. Deze groep bestaat uit voornamelijk jonge mensen (-45 jaar) die eerder de fiets gebruiken dan de auto, en die veeleer wonen in de centraal gelegen gemeenten van het Brussels Gewest, zoals Brussel, Elsene, Sint-Gillis, Sint-Joost-ten-Node of Schaarbeek. Ze vertonen interesse in de voorstellen die gericht zijn op betere fietsinfrastructuur op de grote verkeersassen en meer beveiligde fietsparkeerplaatsen in buurt van hun woning of op de plaats van bestemming. Ze staan ook positiever tegenover leveringen in een afhaalpunt, het gebruik van buurtwinkels en -diensten, en carpoolen. Verbetering van het openbaar vervoer of risico's op agressie overdag of 's nachts laat hen dan weer eerder koud.
  • Groep 2 (33% van de respondenten). De respondenten uit deze groep hebben een eerder neutrale mening over de drie stellingen. Ze wonen eerder buiten het Brussels Gewest, nemen de trein om naar Brussel te komen, en fietsen en stappen minder dan de gemiddelde respondent. Ze staan iets positiever tegenover de voorstellen voor beter voetgangers- en fietsverkeer en meer beveiligde parkeerplaatsen op de plaats van bestemming, en zijn voorstander van meer trams en bussen tijdens de daluren, leveringen in afhaalpunten en het gebruik van buurtwinkels en -diensten.
  • Groep 3 (6% van de respondenten): Deze groep is het oneens met de drie stellingen en vertegenwoordigt een minderheid van de respondenten. Ze bestaat hoofdzakelijk uit mensen die met (vervroegd) pensioen zijn. Ze stappen meer, maken vaker gebruik van de bussen en trams van de MIVB en rijden meer met de eigen auto, maar maken minder gebruik van de micromobiliteit en deelvoertuigen. Ze wonen veeleer in de Brusselse rand. Voorstellen die verband houden met de fiets, carpoolen en deelvoertuigen spreken hen minder aan. Ze zijn sterk gekant tegen de idee om hun auto te vervangen door een elektrisch exemplaar of door mobiliteitsdiensten, en staan negatief tegenover leveringen in afhaalpunten.
  • Groep 4 (24% van de respondenten) gaat helemaal niet akkoord met de drie stellingen. Ze gebruiken zo goed als nooit de fiets, verkiezen de auto boven alle andere vervoerswijzen, en wonen veeleer in de Brusselse rand of buiten het Brussels Gewest. De groep bestaat meer dan gemiddeld uit 45-plussers en mannen. Ze gaan helemaal niet akkoord met de voorstellen rond de fiets, carpoolen, leveringen in afhaalpunten, en het gebruik van buurtwinkels en -diensten. Ze zijn het iets minder oneens met de voorstellen rond stappen en openbaar vervoer.