Jaarlijkse evolutie van de Mobiliteit - 2025
Ontdek hier de evolutie van de cijfers voor 2025 met betrekking tot het fietsverkeer, gedeelde micromobiliteit, de openbaarvervoersstromen, de verkeersstromen en de verkeerscongestie.
Brussel kende in 2025 (januari tot november) een bevolkingsgroei van ongeveer +1,5%, wat neerkomt op 18.202 extra inwoners in 11 maanden.
Daarnaast steeg ook de Brusselse tewerkstellingsgraad, van 61,9% in het eerste kwartaal van 2025 naar 64,9% in het derde kwartaal van 2025.
Wat telewerk betreft, lijken de cijfers zich op Belgisch niveau te stabiliseren: in 2025 werkte 31% van de werknemers minstens 1 dag per week van thuis uit. Dat is hetzelfde percentage als in 2024. Ook het aantal telewerkdagen blijft stabiel ten opzichte van 2024.
Het blijft moeilijk om precies te bepalen hoe het aantal verplaatsingen binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is geëvolueerd, gezien het grote aantal factoren dat hierbij een rol speelt. Op basis van bovenstaande cijfers kunnen we echter aannemen dat de vraag naar verplaatsingen tussen 2024 en 2025 licht is toegenomen. Die impact kan nog verschillen naargelang de vervoerswijze, afhankelijk van eventuele gedragsveranderingen (modal shift).
Mede dankzij gunstiger weersomstandigheden in 2025 (het droogste jaar van de referentieperiode 1991-2020) dan in 2024 (het natste jaar ooit gemeten in Ukkel), steeg het verkeer op de fietspaden in 2025 met 12% ten opzichte van 2024. In 2024 bedroeg de groei slechts 6% ten opzichte van 2023.
Op het vlak van micromobiliteit zien we tussen 2024 en 2025 een daling van het aanbod aan steps (-32%). De rotatiegraad (het gemiddelde aantal ritten per dag) is daarentegen sterk gestegen (van gemiddeld 1,93 in 2024 naar 3,04 in 2025). We merken een toename op in het aanbod fietsen in vrije vloot tussen 2024 en 2025 (+73%). De rotatiegraad steeg eveneens (van gemiddeld 1,45 in 2024 naar 1,72 in 2025). In 2025 bedroeg de gemiddelde afstand van een traject met een elektrische deelfiets bijna 3,21 km, terwijl een traject met een elektrische step gemiddeld 2,54 km bedroeg.
Wat de deelfietsen in stations betreft (het Villo!-systeem), bleef het aantal fietsen in omloop (d.w.z. de omvang van de vloot) stabiel tussen 2024 en 2025 (+4,5%). In 2025 werden er gemiddeld 2.173 Villo!-fietsen per dag verhuurd. Dat is een daling ten opzichte van 2019 (-19%) maar een lichte stijging ten opzichte van 2024 (+8%). De gemiddelde rotatiegraad per dag in 2025 is lager dan in 2019 (-14%) en is stabiel ten opzichte van 2024.
Bij het openbaar vervoer is het aantal reizigers op het MIVB-net tussen 2024 en 2025 licht gedaald (-1,4%). Deze daling kan onder meer worden verklaard door een jaar dat werd gekenmerkt door stakingsdagen en werkzaamheden, met name op het tramnet. De cijfers voor 2025 zijn nog niet beschikbaar bij de NMBS.
Wat de reistijden met de auto betreft, blijkt uit de indicatoren van Brussel Mobiliteit dat men in 2025, voor een traject van 10 minuten, een gemiddelde vertraging oploopt van 1,1 minuut tijdens de ochtendspits en 2,7 minuten tijdens de avondspits. Het verkeer blijft dus duidelijk veel drukker tijdens de avondspits dan tijdens de ochtendspits. In dat opzicht is 2025 zeer vergelijkbaar met 2024 en 2023.
De afstanden die werden afgelegd door 3,5t+-vrachtwagens daalden in 2025 met 2% ten opzichte van 2024. Deze trend wordt al sinds 2021 waargenomen.
In 2025 steeg het verkeer op de fietspaden met 12% volgens onze berekeningsmethode*. Deze stijging is meer uitgesproken op weekdagen dan in het weekend (maandag tot vrijdag: +13%; weekend: +7%). Tijdens de ochtendspits (tussen 8 en 9 uur) op weekdagen zijn er zelfs 15% meer fietsers.
Dat bevestigt dat de fiets in Brussel vooral een utilitair vervoermiddel is, dat bijzonder efficiënt is tijdens de spitsuren.
Top 4 van de fietstellers in 2025:
Deze vier belangrijkste telpunten laten een stijging zien die min of meer overeenkomt met de gemiddelde stijging voor 2025
De tellers op de Tervurenlaan en de Rooseveltlaan registreren daarentegen een duidelijk sterkere groei dan het gemiddelde, namelijk ongeveer 20%.
* We schatten de jaarlijkse evolutie van het verkeer op de fietspaden door voor elke maand de mediane dagelijkse stromen per teller te vergelijken (afzonderlijk voor werkdagen en weekenddagen). Vervolgens wordt een maandelijks groeipercentage berekend, gewogen volgens het aantal betrokken dagen. Het jaarlijkse percentage wordt vervolgens berekend door het gemiddelde te nemen van de twaalf maandelijkse groeipercentages, om zo het beperkte aantal tellers te omzeilen waarvoor volledige gegevens beschikbaar zijn voor twee opeenvolgende jaren.
stromen (fietsen en steps) automatisch geteld op de fietspaden in 2025 ten opzichte van 2024.
(Genormaliseerde evolutie: +8%)
stromen (fietsen en steps) automatisch geteld van maandag tot vrijdag op de fietspaden in 2025 ten opzichte van 2024.
(Genormaliseerde evolutie: +10%)
stromen (fietsen en steps) automatisch geteld in het weekend op de fietspaden in 2025 ten opzichte van 2024.
(Genormaliseerde evolutie: +3%)
15.000.000. Dat is het aantal trajecten dat in 2025 werd afgelegd in Brussel met deelfietsen en -steps.
Dit cijfer werd ook al bereikt in 2022, maar die “15 miljoen” in 2025 verschilt fundamenteel van die in 2022. Dit bewijst dat goed overheidsbeleid zorgt voor betere mobiliteitsdiensten.
1. De efficiëntierevolutie: In 2022 werd dit volume bereikt in een complexe context, met meer dan 25.000 steps, wat aanzienlijke hinder veroorzaakte op de trottoirs. In 2025 wordt hetzelfde resultaat behaald met een evenwichtiger en beter gereguleerd systeem:
• 8.000 steps (60% minder dan in 2022!), goed voor 10 miljoen ritten (+17% ten opzichte van 2024).
• 7.000 fietsen in vrije vloot (sterke groei), goed voor 4 miljoen ritten (2x meer dan in 2024).
• 4.000 Villo!-fietsen voor net geen miljoen ritten. Ondanks de sterke groei van de vrijevlootconcurrentie is het systeem van deelfietsen in stations met 8% gegroeid.
2. Kerncijfers voor 2025: De gegevens wijzen op een snel veranderend landschap: waar de hervorming van de regelgeving in 2023 op aanstuurde, is gebeurd; vrijevlootfietsen winnen terrein ten opzichte van steps, die nog altijd een groot succes zijn, maar ook verkeersveiligheidsproblemen met zich meebrengen. Over het algemeen worden alle voertuigen beter benut.
3. Betrouwbaarheid als bewijs: Gedeelde micromobiliteit wordt soms beschouwd als een mobiliteitsdienst voor de vrije tijd of enkel als het mooi weer is, maar de cijfers tonen nog maar eens aan dat gedeelde micromobiliteit een aanvulling vormt op het Brusselse vervoersysteem. Op een dag dat het openbaar vervoer staakte in juni 2025 werd een recordaantal van 89.000 ritten opgetekend. Wanneer de ruggengraat van het stedelijke vervoer onder druk staat, is micromobiliteit het vangnet dat Brussel in beweging houdt.
verhuringen van Villo!-fietsen (deelfietsen in stations) in 2025 (lichte stijging ten opzichte van 2024). In verhouding tot 2019 vormt dit een daling (-19%).
verhuringen van elektrische deelfietsen in vrije vloot per dag in 2025 (+107,5% ten opzichte van 2024). Het aanbod van elektrische deelfietsen in vrije vloot omvat 6.406 voertuigen in 2025.
verhuringen van elektrische deelsteps in vrije vloot per dag in 2025 (+6% ten opzichte van 2024). Het aanbod van elektrische deelsteps in vrije vloot omvat 9.179 voertuigen.
keer per dag (= rotatiegraad): gemiddeld gebruik van een elektrische deelfiets in vrije vloot in 2025.
keer per dag (= rotatiegraad): gemiddeld gebruik van een elektrische deelstep in vrije vloot in 2025 (+57% ten opzichte van 2023)
Na enkele jaren van groei in de nasleep van de gezondheidscrisis is het aantal ritten bij de MIVB tussen 2024 en 2025 licht gedaald (-1,4%). Deze daling kan onder meer worden verklaard door de talrijke werkzaamheden, vooral op het tramnet, en door het bijzonder hoge aantal stakingsdagen. De reizigerscijfers per NMBS-station zijn nog niet beschikbaar voor 2025, maar op nationaal niveau is er sprake van een stijging van het aantal reizigers (+1% ten opzichte van 2024).
Uit objectieve gegevens blijkt dat de verkeerscongestie tijdens de ochtendspits de voorbije jaren opmerkelijk stabiel is gebleven in Brussel. Brussel Mobiliteit gebruikt een indicator die het aandeel voertuigen in files op het structurerende wegennet meet tussen 6 en 10 uur op weekdagen, op basis van verkeersstroomgegevens (FCD) van TomTom. Deze indicator maakt vergelijkingen doorheen de tijd mogelijk.
Met uitzondering van 2020 (het eerste jaar van de gezondheidscrisis) zijn de congestieniveaus tussen 2018 en 2024 over het algemeen stabiel gebleven. Achter deze stabiliteit op gewestelijk niveau gaan echter soms aanzienlijke lokale schommelingen schuil, voornamelijk als gevolg van grootschalige werken. Het jaar met de meeste verkeersopstoppingen was 2018, door een opeenstapeling van diverse wegwerkzaamheden met grote gevolgen.
Deze algemene stabiliteit is het resultaat van een evenwicht tussen verschillende factoren met tegengestelde effecten:
Enerzijds hebben ingrepen om de verkeersveiligheid te verbeteren, fietspaden aan te leggen en het openbaar vervoer vlotter te laten doorstromen geleid tot minder capaciteit voor autoverkeer op bepaalde trajecten. Ook hebben de veralgemening van de Stad 30 en de aanleg van verkeersluwe mazen het doorgaand verkeer in de wijken beperkt, waardoor een deel ervan zich heeft verplaatst naar het structurerende wegennet.
Anderzijds neemt het autogebruik jaar na jaar af, waardoor het aantal voertuigen op de weg daalt. Telewerk, dat sinds de gezondheidscrisis structureel is verankerd, speelt hierin een belangrijke rol. Tussen 2018 en 2024 is het aantal voertuigen dat ’s morgens via de belangrijkste toegangswegen het gewest binnenrijdt met ongeveer 35.000 voertuigen per week afgenomen (op een totaal van ongeveer 280.000 voertuigen).
Deze analyse heeft specifiek betrekking op de ochtendspits, omdat die eenvoudiger te interpreteren is gezien haar sterke link met woon-werk- en schoolverplaatsingen. De analyse van de avondspits is minder volledig, maar het beeld is daar vermoedelijk minder gunstig. De verkeersdaling als gevolg van telewerk heeft er een beperkter effect, aangezien woon-werkverkeer een aanzienlijk kleiner aandeel van het avondverkeer vertegenwoordigt.
Deze analyse toont aan dat de verschillende maatregelen van het Gewestelijk Mobiliteitsplan elkaar in evenwicht houden en elkaar aanvullen, wat de globale samenhang van het plan onderstreept.
Uit de indicatoren van Brussel Mobiliteit blijkt dat men in 2025, voor een traject van 10 minuten, een gemiddelde vertraging oploopt van 1,1 minuut tijdens de ochtendspits en 2,7 minuten tijdens de avondspits. Het verkeer blijft dus duidelijk veel drukker tijdens de avondspits dan tijdens de ochtendspits. In dat opzicht is 2025 zeer vergelijkbaar met 2024 en 2023.
afstand die vrachtwagens van meer dan 3,5t aflegden in 2025, in vergelijking met 2024.
minuut vertraging gemiddeld tijdens de ochtendspits op een traject van 10 minuten, in 2025, wat neerkomt op een lichte toename van de reistijd met 1% per traject ten opzichte van 2024.
minuten vertraging gemiddeld tijdens de avondspits op een traject van 10 minuten, in 2025, oftewel geen verschil in reistijd ten opzichte van 2024.