bhg.skip_to_content.title
Brussels Hoofdstedelijk Gewest - Homepage

Onderzoeks- en innovatiebeleid

In het kader van het strategische meerjarenplan Go4Brussels wil de regering een onderzoeks- en innovatiebeleid op gang brengen dat bevorderlijk is voor de economische, sociale, solidaire en klimaattransitie (doelstelling 1.3_Gewest).

Bijdragen aan gewestelijke groei en het welzijn

De Regering gaat haar beleid ter ondersteuning van onderzoek en innovatie (RDI) gerichter toespitsen op sectoren en projecten met een groot transformatiepotentieel om zo duurzaam tegemoet te komen aan de klimaat- en sociale urgentie.

De openbare financiering van vernieuwende projecten krijgt de doelstelling mee dat ze moet bijdragen aan de gewestelijke groei en het welzijn van de Brusselaars omdat hiermee experimenten en stimulansen mogelijk zijn voor modellen met een voorbeeldfunctie inzake sociale en ecologische duurzaamheid. Tegen 2030 zullen enkel deze laatste nog in aanmerking komen voor gewestelijke overheidssteun. De RDI-projecten die het Gewest steunt moeten bijdragen tot de veerkracht van het Gewest en het ontluiken van een gewestelijke koolstofvrije, circulaire, vernieuwende en sterke economie die niet-delokaliseerbare kwaliteitsjobs schept. 

 

Vernieuwing voor duurzame economische transitie

Alle gewestelijke actoren krijgen ondersteuning bij vernieuwende initiatieven. De academische en de privésector, de associatieve en openbare non-profitsectoren worden hierbij eveneens betrokken als vectoren en actoren van een duurzame economische transitie. De toepassing van de innovaties en de valorisering van de verkregen resultaten zullen verder verbeteren door de stimulering van structurele samenwerking tussen de betrokken partijen. De overheid zal zich daarbij opstellen als motor van de innovatie door expertise ter beschikking te stellen in vernieuwende overheidsopdrachten. 

De betrokkenheid van de overheid als partner bij onderzoeksprojecten wordt vergroot en ze zal ook intern innovatie stimuleren. Met de invoering van innovatiepolen waarin een groot aantal actoren deelneemt en de ondersteuning van centra voor kennisoverdracht (KTO), aan collectieve centra en dergelijke. Worden instrumenten in het leven geroepen die het ecosysteem in zijn geheel versterken.  

Nieuw Gewestelijk Plan voor Innovatie

Er zal een nieuw Gewestelijk Plan voor Innovatie (GPI) worden opgesteld voor de periode 2021-2025. Hierin worden de strategische actiegebieden van het Gewest vastgelegd, samen met de banden en interacties met andere gewestelijke strategische plannen die dit vereist. De samenhang tussen het GPI en het nieuw Gewestelijk Plan voor Circulaire Economie, het Nexttech- en het industrieplan moet leiden tot de operationele omschakeling naar een circulaire en regeneratieve economie.

Wie werkte hieraan mee?

Doelstelling vanuit overlegde prioiteit 

  • Initiatiefnemende minister: Staatssecretaris voor Economische Transitie en Wetenschappelijk Onderzoek
  • Geassocieerde minister: Minister van Klimaattransitie, Leefmilieu, Energie en Participatieve Democratie 
  • Partners: Innoviris, RWB-BHG, Brupartners, Hub.brussels, Leefmilieu Brussel, GAN, Finance.brussels, Coopcity, BISA, Bruxeo 

Ontdek de strategie Go4Brussels 2030


1. Het Gewestelijk Innovatieplan 2021-2025 uitwerken

Het nieuwe GIP zal worden uitgewerkt uitgaand van een geactualiseerde analyse van de Brusselse context, van de keuzes van de Regering en van een raadpleging van de verschillende actoren in het ecosysteem. Deze werf zal worden bewerkt in nauwe samenwerking met de Raad voor het Wetenschapsbeleid (RWB-BHG).  

Het moet gelden als werkbasis voor de RDIsteun tijdens de vijf jaar van de legislatuur en moet duidelijk blijk geven van de aansluitingen op andere gewestelijke strategische plannen, en dan in de eerste plaats de nieuwe versies van het GPKE en het Industrieplan en van de Europese programmering van het EFRO.  

Het GIP 2021-2025 moet waar mogelijk bruggen slaan naar het nieuwe programma “Horizon Europe” dat uitgaat van de Europese Unie. Het GIP dient tegen eind 2020 te zijn goedgekeurd. 

Sturende instantie: Staatssecretaris voor Economische Transitie en Wetenschappelijk Onderzoek 

2. Steun aan O&I-projecten die de slagkracht van het Gewest versterken

De gewestelijke steun toespitsen op onderzoeks- en innovatieprojecten die bijdragen aan versterking van het gewestelijk vermogen om de uitdagingen aan te pakken  die prioritair zijn voor het Gewest (veerkracht, steun aan initiatieven die tot voorbeeld kunnen strekken inzake sociale en ecologische duurzaamheid). 

Om te zorgen voor de transparantie van de verschillende instrumenten en de samenhang in het kader van de doelstelling in kwestie moet noodzakelijkerwijs het toekenningskader van de RDI-steun worden aangepast.   

De steun voor bedrijven moet worden toegekend op basis van criteria die uitdrukkelijk de wil van de Regering weergeven om de overheidssteun tegen 2030 te richten op modellen die tot voorbeeld strekken op sociaal en milieuvlak en om tegemoet te komen aan de sociale en milieu-urgentie waarmee het Gewest te kampen heeft.

De criteria waaraan projecten moeten voldoen om in aanmerking te komen en geselecteerd te worden voor RDI-steun van het Gewest moeten worden vastgesteld, meegedeeld aan de begunstigden en stap voor stap toegepast.   

Voor de oproepen en steunmaatregelen bestemd voor de non-profitsector zullen nieuwe contouren worden uitgetekend zodat ook deze inwerken op de sociale en milieuurgentie en ertoe bijdragen dat Brussel tegen 2050 een koolstofvrije en veerkrachtige hoofdstad is. 

Sturende instanties: Staatssecretaris voor Economische Transitie en Wetenschappelijk Onderzoek, Minister van Leefmilieu en Energie 

3. De Brusselse RDI-ecosystemen versterken

Er moeten stimulansen worden gegeven om de betrokkenheid van de verschillende Brusselse actoren in de dynamiek van onderzoek en innovatie te vergroten om de relevantie van de behaalde resultaten te verbeteren met het oog op een transitie naar duurzame modellen.   

Zo moet er meer steun komen voor de uitbouw van een vruchtbaar ecosysteem (universiteiten, hogescholen, TTO/KTO, bedrijven, collectieve centra …) voor artificiële intelligentie dat tegemoet moet komen aan doelstellingen als economische en sociale transitie en stedelijke veerkracht.  

We gaan de drie universitaire ziekenhuiscentra versterken om optimaal gebruik te maken van de Brusselse knowhow en deskundigheid op het vlak van gezondheid en universitair onderzoek, door bijvoorbeeld op de campus Erasmus een internationaal kankercentrum te ontwikkelen en te enten op de dynamiek die gepaard gaat met de verhuizing van het Bordet-instituut en het bestaande ecosysteem van fundamenteel onderzoek, toegepast onderzoek, start-ups en ziekenhuisactiviteiten.  

Naast de privé- en de academische sector is het ook essentieel dat de associatieve nonprofitsector en de burgers, maar evenzeer de overheid een rol krijgen bij RDI-projecten. De openbare innovatie zal onder meer gestimuleerd worden middels vernieuwende overheidsopdrachten, werkmethodes of andere programma’s die beantwoorden aan het deelprincipe.  

Er dienen instrumenten en deskundigheid ontwikkeld te worden waarmee de inzet van dit soort nauwelijks bekende tools begeleid kan worden. Concreet wordt verwacht dat het aantal entiteiten en profielen aangroeit dat aan onderzoeks- en innovatieprojecten deelneemt. 

Sturende instanties: Staatssecretaris voor Economische Transitie en Wetenschappelijk Onderzoek, Minister van Leefmilieu, Energie en Participatieve Democratie 

4. Wetenschappelijke samenwerking en uitwisseling verbeteren

De grote uitdaging van deze beleidswerf is de concrete waardeschepping verbonden aan de resultaten van onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Zowel bij de ontwikkeling van vernieuwende producten en diensten als van maatschappelijke vernieuwing zullen de mechanismen die zorgen voor een effectieve waardeschepping op grond van de resultaten gestimuleerd worden.  

De samenwerking tussen sectoren (ondernemingen, instellingen van het hoger onderwijs, de associatieve sector, incubatoren, overheden en burgers) wordt versterkt. De toegang tot die resultaten wordt verbeterd met de invoering van een gewestelijk Open Science-beleid.  

Er worden verspreidingsmiddelen en -kanalen voor dit soort resultaten uitgewerkt en het gebruik hiervan wordt aan een effectieve monitoring onderworpen, met inbegrip van de mobilisatie voor de politieke besluitvorming.  

Deze werf zal worden verwezenlijkt met inbreng van de andere Gemeenschappen en Gewesten om een coherente aanpak te garanderen.  

De sociale en op de burger toegespitste vernieuwing vereist dat nieuwe antwoorden gevonden worden op nieuwe of in de huidige omstandigheden slecht bevredigde behoeften (huisvesting, voeding, leefmilieu, cohesie, gezondheid, mobiliteit …), waarvoor een beroep moet worden gedaan op ondernemers, burgers en overheden. Ze geldt ook als belangrijke hefboom voor de ontwikkeling van nieuwe activiteiten die sociaal en voor het leefmilieu externe positieve elementen kunnen aanbrengen. 

Sturende instanties: Staatssecretaris voor Economische Transitie en Wetenschappelijk Onderzoek, Minister van Leefmilieu, Energie en Participatieve Democratie