De omzendbrief verduidelijkt dat de administraties worden verzocht de behandeling voort te zetten van aanvragen voor projecten op terreinen met een oppervlakte van 0,5 hectare of meer, zoals bedoeld in het vonnis.
In dat kader kunnen projectontwikkelaars worden gevraagd bijkomende informatie te verstrekken om aan te tonen hoe hun project bijdraagt aan de klimaatdoelstellingen van het Gewest. Zo wordt de beoordeling van de impact van projecten op het vlak van klimaat en milieu versterkt, dankzij meer volledige en kwalitatief onderbouwde dossiers.
De omzendbrief verankert een multidimensionale benadering, waarbij projecten niet enkel worden beoordeeld op basis van hun ruimtebeslag, maar rekening wordt gehouden met hun volledige milieu-impact. Die analyse kan onder meer betrekking hebben op:
- de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen aan de bron;
- de positieve effecten op de plaats van bestemming, onder meer door het behoud of de aanleg van boomrijke zones die bijdragen aan het behoud van koolstofputten.
Staatssecretaris voor Stedenbouw Audrey Henry benadrukt: “Stedenbouw vereist dat elk project wordt beoordeeld binnen een globale visie op het grondgebied van het Gewest. Bepaalde vormen van ruimtegebruik kunnen gerechtvaardigd zijn wanneer zij bijdragen aan belangrijke doelstellingen, zoals de koolstofvrije omschakeling van het vervoer. Zo vormt een tramstelplaats bijvoorbeeld een essentiële hefboom om de luchtkwaliteit te verbeteren en de uitstoot van broeikasgassen duurzaam te verminderen, ook al gaat een dergelijk project gepaard met een aanzienlijke verharding van de bodem.”
Met deze omzendbrief bevestigt de Regering haar wil om de bescherming van het grondgebied, de klimaattransitie en de ontwikkeling van strategische projecten met elkaar te verzoenen, op basis van een evenwichtige en proportionele interpretatie van het vonnis We Are Nature.