Volgens dit vonnis moet het Gewest de verstedelijking en de verharding van onbebouwde terreinen van meer dan 0,5 hectare opschorten, tot de goedkeuring van het nieuwe GBP en uiterlijk tot 31 december 2026.
De Regering benadrukt dat zij deze gerechtelijke beslissing volledig respecteert, evenals de uitdagingen die erin worden aangekaart, met name op het vlak van de strijd tegen de klimaatverandering, het behoud van de bodem en de aanpassing van de stad aan de risico’s van overstromingen en hitte-eilanden.
Tegelijk roept het vonnis belangrijke juridische en praktische vragen op, onder meer over de draagwijdte, de proportionaliteit en de samenhang met het beleid dat het Gewest reeds voert. Het beroep heeft dan ook tot doel de nodige verduidelijkingen te verkrijgen en een juridisch zekere toepassing te waarborgen.
“Het gaat er niet om de klimaatdoelstellingen in vraag te stellen, maar wel om te zorgen voor een duidelijk, coherent en toepasbaar kader. Vandaag zorgt de onzekerheid ervoor dat projecten worden geblokkeerd en dat initiatiefnemers geen perspectief hebben. Het is onze verantwoordelijkheid om zowel burgers als projectontwikkelaars rechtszekerheid te bieden”, verklaart Audrey Henry.
In afwachting van de uitkomst van de beroepsprocedure blijft het vonnis van kracht. De Regering handelt dan ook binnen de opgelegde termijnen en neemt tegelijk de nodige maatregelen om de gevolgen ervan te omkaderen.
De Regering bevestigt in de eerste plaats haar wil om de hervorming van de instrumenten voor ruimtelijke ordening voort te zetten en te versnellen. De herzieningen van het GBP, de GSV en het BWRO zullen tijdens deze legislatuur worden afgerond, met een dubbele doelstelling: de klimaatuitdagingen volledig integreren én de regelgeving vereenvoudigen, zodat ze efficiënter, duidelijker en sneller toepasbaar wordt en de afgifte van vergunningen kan worden versneld.
In dat kader bevestigt de Regering de bescherming als groengebied van drie belangrijke sites: het Avijlplateau, de Donderbergsite en de Wielsmoerassen. Deze gebieden zullen in het kader van de toekomstige herziening van het GBP duurzaam worden beschermd.
Daarnaast wordt voor vier strategische sites — Josaphat, Meylemeersch, Keyenbempt en het Calevoetbos — een tijdelijke ontwikkelingsstop van achttien maanden ingevoerd. Tijdens die periode zal de Regering deze projecten opnieuw beoordelen in het licht van de nieuwe beleidsoriëntaties.
Om snel een antwoord te bieden op de onzekerheden die voortvloeien uit het vonnis, zet de Regering haar werkzaamheden onverminderd voort.
“We moeten deze situatie van permanente onzekerheid achter ons laten. Brussel kampt met een grote behoefte aan woningen en een reële demografische druk. We moeten de stad kunnen blijven ontwikkelen en tegelijk haar klimaatweerbaarheid versterken. Het ene kan niet zonder het andere”, vervolgt staatssecretaris Audrey Henry.
“Gelet op de onduidelijkheid van het vonnis was het noodzakelijk om beroep aan te tekenen. De beslissingen die de Ministerraad heeft genomen, zorgen voor meer duidelijkheid over de regels en bieden een antwoord op de terechte vragen van de bouwsector. Wij verdedigen een pragmatische visie op stadsontwikkeling: renovatie krijgt voorrang op nieuwbouw, elk nieuw project wordt geval per geval beoordeeld en tegelijk worden maatregelen genomen om het milieu te beschermen en bepaalde natuurgebieden te vrijwaren”, vat minister-president Boris Dilliès samen.
Tot slot benadrukt de Regering dat het Gewest reeds over tal van hefbomen beschikt om zijn klimaatbeleid uit te voeren, zoals de renovatie van gebouwen, de vergroening van de stad en de lage-emissiezone, en dat zij deze inspanningen op een coherente en evenwichtige manier zal voortzetten.
Al deze maatregelen hebben één duidelijke doelstelling: een stedelijke ontwikkeling garanderen die duurzaam, juridisch robuust en ten dienste van de Brusselaars staat.